Omgevingswet en participatie

In het participatiebeleid wordt bij Buitenplanse Omgevingsplan Activiteiten (BOPA) de verplichting bij initiatiefnemers gelegd om aan participatie te doen. Bij activiteiten die vanuit het omgevingsplan niet zijn toegestaan mag van de initiatiefnemer verlangd worden dat hij inspanningen verricht, die gericht zijn op het informeren van omwonenden en het peilen van draagvlak.

Participatie en draagvlak

Dat is alles wat participatie in feite dus inhoudt: het informeren van omwonenden en het peilen van draagvlak. Het enkele feit dat er geen draagvlak is, is geen argument om planologische medewerking aan een verzoek te weigeren. En dat maakt het daarmee weinig concreet, complex en ingewikkeld. We kunnen ons goed voorstellen dat dit voor de burger, die geconfronteerd wordt met een plan dat vanuit het bestemmingsplan niet is toegestaan, een machteloos gevoel geeft. Hij stond erbij en hij keek ernaar.

Participatie voor de vorm?

Participatie dient voorafgaand aan het indienen van de omgevingsvergunning plaats te vinden. Bij de participatietrajecten die tot nu zijn gevoerd horen wij dat dat in werkelijkheid nog wel eens anders gaat. Een concreet voorbeeld zijn burgers die van een initiatiefnemer informatie hadden gekregen over een mogelijke ruimtelijke ontwikkeling en gedurende het “participatieproces” zien zij de aanvraag van de omgevingsvergunning al voorbijkomen. Initiatiefnemers hadden blijkbaar ook al overleg gevoerd met de ambtenaren en de initiatiefnemers melden dat de gemeente kan instemmen met het plan. Dat roept het beeld op bij de burger dat participatie slechts voor de vorm is en dat het op het gemeentehuis al allemaal is beklonken. Dat moet worden voorkomen. Daar moet aan worden gewerkt. De gemeente zou niet vooringenomen moeten zijn. Gemeente zou vooraf alleen een principiële toets moeten doen. Na het participatietraject volgt dan pas de afweging en vervolgens niet alleen het formele maar ook het daadwerkelijke besluit.

Toetsing van het participatieproces

Als gemeente moeten we dit proces niet loslaten. De kwaliteit van het participatieproces moet van meet af aan goed gewaarborgd zijn. Het is een te nieuwe manier van werken die niet zomaar met de ingang van de omgevingswet bij de initiatiefnemers kan worden neergelegd. Uitgebreide communicatie vooraf vanuit gemeente Leudal is daarvoor van groot belang, net als een goede evaluatie van het beleid.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Tevens is er een lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is bij aanvragen voor een omgevingsvergunning. Op dit moment is de raad exclusief bevoegd om bestemmingsplannen vast te stellen en te wijzigen. Ook bij het afwijken van een bestemmingsplan is de raad bevoegd te beslissen. In 2018 zijn er afspraken gemaakt om categorieën van gevallen aan te wijzen voor het afwijken van een bestemmingsplan waarin het college zonder advies dan wel tussenkomst van de raad mag besluiten.

Hoe zit het ook alweer

Binnen Leudal hebben we vanaf 1 januari 2023 binnen de omgevingswet een omgevingsplan, dat wat tegenwoordig nog bestemmingsplan heet. Voor alle vergunningsaanvragen die binnen het omgevingsplan passen is geen tussenkomst van de gemeenteraad nodig. Als het niet past binnen dat wat we met zijn allen hebben afgesproken en vastgelegd in het bestemmingsplan, dan spreken we in de omgevingswet van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In de gemeenteraadsvergadering is besproken over welke ruimtelijke plannen en initiatieven die niet binnen het geldende omgevingsplan (bestemmingsplan) passen de gemeenteraad iets kan vinden en daarmee “bindend” adviseren. 

De lijst wordt uitgebreid

In het raadsvoorstel is het volgende opgenomen: Omdat de verklaring van geen bedenkingen, de voorloper van het bindend adviesrecht, wordt in beginsel aangesloten bij de categorieën die op 25 september 2018 door de gemeenteraad zijn aangewezen. Het verbaast ons dan ook dat de lijst van categorieën die nu voorligt afwijkt van de in 2018 opgestelde lijst met categorieën. 

Bevoegdheden voor het college breiden uit

Op de eerste plaats betekent dat dat het opstellen van een lijst van afwijkingen van bestemmingsplannen dat alle afwijkingen die niet op de lijst staan door het college kunnen worden afgedaan zonder dat de raad er iets over mag zeggen. Een tweede punt is dat het college stelt dat men de handen vrij wil hebben wanneer afwijken van bestemmingsplannen binnen het beleid past. Dat is veel te algemeen. Dat geeft het college veel teveel ruimte omdat het beleid ook vaak (te) algemeen is. 

Ook voor bouwplannen van tien woningen die afwijken van bestemmingsplannen en die het college zelf wenst af te wikkelen geldt dat dat geheel voorbij gaat aan de rol van de gemeenteraad. Eventuele zienswijzen van burgers, die ons in het verleden met regelmaat daarover benaderen, worden dan door het college afgehandeld en de raad moet zwijgen. De bestaande procedure werkt prima en vraagt weinig inspanning. Een snellere procedure staat niet garant voor een beter resultaat. Het is geen goede zaak dat het accent naar college en ambtelijk apparaat verschuiven, ook niet onder het mom van loslaten en het vertrouwen op nieuwe initiatiefnemers in het kader van de nieuwe omgevingswet. De meerderheid van de raad ging akkoord met het verruimen van de bevoegdheden voor het college.

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email